De geschiedenis van het (on)bewuste

Egyptische goden papyrus

Tijdens mijn zoektocht naar de wijsheid in de Tarot was ik op het punt gekomen dat ik het niet meer zo zag zitten. Ik was vertrokken bij de archetypen en het collectief onderbewustzijn van Carl Jung en was terug gegaan in de tijd. Via theosofen, alchemisten, middeleeuwse Humanisten, Tempeliers, klassieke Romeinen en Grieken, en het  oude testament was ik bij de oude Egyptenaren terecht gekomen (het ging in het echt niet zo netjes op volgorde, maar meer kris kras). Ik was van plan om de Egyptische goden min of meer te “plotten” op de tarotkaarten en had daarom de encyclopedie van de Egyptische goden aangeschaft.

Maar het waren er 1200 en sommige goden werden gerepresenteerd door weer een aantal andere goden. Ook was dat niet te vangen in een excel sheet, want die goden bleken de ene keer voor god X aangezien te worden en de andere keer voor god y. Ik bedacht mij hoe het toch kon dat het voor die mensen die toen leefden allemaal duidelijk was welke goden er wanneer werden bedoeld. Alhoewel… was dat eigenlijk wel zo?

Deden mensen net alsof ze het begrepen en lieten de priesters (die het zelf ook niet begrepen) maar kletsen als ze tegenstrijdigheden verklaarden? Of begrepen ze het intuïtief, zoals kinderen intuïtief weten wat de moraal van een sprookje is? En hoe zit het eigenlijk met “nieuwe” religies en bijbehorende rituelen die vandaag de dag nog steeds worden uitgevoerd in kerken en moskeeën?

Hiermee was ik weer terug bij Jung waar ik de stelling dat de manier van denken anders is naarmate het bewustzijnsniveau van het individu gedifferentieerder is al eens had opgemerkt. Maar zou dat ook gelden op macro niveau, dus dat het bewustzijnsniveau met het verstrijken van de tijd voor de mensheid in het algemeen verandert? De theosofen denken van wel, maar Carl Jung stond kritisch tegenover het theosofische gedachtegoed. Ik besloot nog eens goed te spitten in de artikelen van Jung die gaan over het bewuste en onbewuste om de begrippen weer eens duidelijk op een rijtje te zetten en er tegelijkertijd weer eens met een Tarot bril op naar te kijken.

Tot aan de 17e eeuw bestond er niet zo iets complex als “de psyche”; Men schreef wel over “de ziel” en hoe die zich in een bepaalde mate kon ontwikkelen. Maar blijkbaar was iedereen zo vertrouwd met het begrip “de ziel” dat men het niet nodig vond er een definitie van te maken of het op een objectieve manier te onderzoeken. Het was een ervaringsgegeven dat voor iedereen vanzelfsprekend was. Het objectief en empirisch onderzoeken van geestelijke transformatie begon volgens Jung aan het einde van de 17e eeuw, toen duidelijk werd dat de rationele filosofische definities van “waarheid” en “goed leven” niet toegepast konden worden op iedereen: er waren teveel verschillen in mensen aanwezig, met andere woorden: men besefte toen (pas) dat mensen individuen zijn.

In het begin van de psychologie als wetenschap hoorde alleen het bewuste bij de psyche: alles wat onder gewaarwording kon worden geschaard was psychisch. Dingen die eventueel aan de gewaarwording vooraf zouden gaan of er ten grondslag aan konden liggen, werden afgedaan als fysiologisch. Men ontkende dat er ook zo iets bestond als het ONBEWUSTE, of men erkende het wel maar negeerde het, omdat het iets was dat niet op een wetenschappelijke manier getoetst kon worden. Maar dat veranderde in de loop van de tijd, onder andere doordat men door het bestuderen van psychische aandoeningen steeds meer kennis kreeg. Het onbewuste kreeg steeds vaker een plaats in de hypothesen van de onderzoekers.

Sigmund Freud in 1929
Sigmund Freud in 1929

In de eerste instantie stelde men dat het onbewuste een soort opslag is van dingen die ooit wel bewust zijn geweest. Dingen die je ooit hebt geregistreerd maar waarvan je op dat moment besloot dat ze niet nuttig of relevant genoeg waren voor een plekje vooraan in het archief. Dus stopte je het achteraan, in je onbewuste waar het ligt te verstoffen tot het moment komt dat je het weer nodig hebt. Het was Freud die hier ook de instincten en driften onderbracht.

Het was Carl Jung die naar aanleiding van zijn droomanalysen en psychopathologische observaties stelde dat het niet zo zwart-wit was en dat er wel degelijk bewuste processen in het onbewuste plaatsvonden en omgekeerd. Hij bedacht dat er een soort “tussenlaag” moest zijn waarin het bewuste en onbewuste samenkomen en noemde dit het approximatief bewustzijn.

Zee met eilandjes

Hij stelde het onbewuste voor als een zee die rondom het “IK” ligt. Het “IK” is het bewustzijn en wordt omgeven door de zee van het onbewuste. Vanuit die zee komen er soms eilandjes boven water die ook weer af en toe verdwijnen. Die eilandjes zijn inhouden van je onbewuste die dus soms bewust zijn en soms niet.

Of hij beschreef het approximatief bewustzijn als het “IK” omgeven door kleine lichtpuntjes die hij “luminositeiten” noemde. Deze lichtpuntjes kunnen geïntegreerd worden in het “IK” waardoor je in staat bent je bewustzijn groter te maken. Het idee van de lichtpuntjes kwam niet van Carl Jung zelf. Jung bestudeerde het werk van de oude alchemisten uit de 16e en 17e eeuw en hij bouwde verder op het werk van Paracelsus die een soortgelijke analogie had gemaakt en de term “Lumen Naturae” gebruikte voor het innerlijke licht van de mens, dat eruit zag als duizenden sterren die “de mens begeren te brengen tot grote wijsheid“. Paracelsus stelde dat dit innerlijke licht onzichtbaar was en gelijk was aan het verstand. Hij geloofde met nog een aantal andere tijdgenoten dat er ook een universeel licht was en dat alle mensen daar toegang toe hadden. Het verbond alle mensen met elkaar en dit noemde men “de Wereldziel”. Jung voegde dit als 4e laag toe aan de menselijke psyche en noemde het “het collectief onbewuste”.

Tot slot stelde Jung dat er – als er een collectief onbewuste bestond – er ook nog zo iets moest zijn als het collectief bewuste. Het collectief bewuste kun je voorstellen als het gedachtegoed, de normen en waarden die in een bepaalde tijd in een bepaalde maatschappij heersen of gelden. Het is aan de ene kant bewust, maar toch conformeren mensen zich er vaak onbewust aan. Dit is de 5e dimensie van de psyche. De psyche van de mens is zo volgens Jung meer een schaal waarlangs het bewustzijn glijdt. De inhouden van alle lagen blijven niet altijd netjes in “hun vakje” maar komen nu en dan naar boven.

NaamAardbewust of
onbewust
Inhoud
IKPersoonlijkBewustAlles wat
bewust is
Approximatief
onbewuste
(persoonlijk
onbewuste)
PersoonlijkSoms bewust,
soms
onbewust
Alle
persoonlijke
ervaringen en
herinneringen die
ooit bewust
waren
Patterns of
behaviour
CollectiefOnbewustDriften en
instincten
Collectief
bewuste
CollectiefOndanks de
naam
toch vaak
onbewust
Dit is de
identiteit
van de tijd en
maatschappij
waarin je leeft.
Collectief
onbewuste
CollectiefOnbewustArchetypen

De huidige mens heeft echter – in vergelijking met de mensen in de tijd van de oude Egyptenaren – een veel sterker ontwikkeld bewustzijn (“IK”) en daarbij ook een sterk ontwikkelde WIL. Wij willen ons ik, ons ego, beschermen en zelfstandig houden en zijn in staat om alle inhouden WEL terug in hun vakje te duwen (en te vergeten of te negeren). Met andere woorden: wij zien en ervaren alleen wat wij wensen te zien en te ervaren. Al het andere – en dat zijn met name de “negatieve” dingen en fouten – plaatsen we buiten onszelf: het is de schuld van de staat, de maatschappij of de hand van god. Jung noemt dit “de mens zonder schaduw” of “de massamens”. De massamens heeft een muur geplaatst tussen het IK en alle onbewuste inhouden en heeft nooit schuld aan nare dingen die in de wereld gebeuren.

De mensen in oude tijden hadden dus volgens Jung een minder sterk ontwikkeld bewustzijn en een minder sterke wil. En alhoewel zij ook veel zaken buiten zichzelf plaatsten (bijvoorbeeld natuurverschijnselen als acties van goden) handelden zij wel vanuit hun onbewuste. De inhoud ervan (de zogenaamde “pure natuur” van mensen oftewel archetypische beelden) kon vrij naar het bewustzijn stromen waardoor zij vaker vanuit hun onbewuste handelden: zowel in het zich verbaal uiten als in creatieve uitingen. Hieruit zijn de rituelen ontstaan die mensen daarna nog honderden en duizenden jaren zijn blijven uitvoeren zonder dat iemand nog weet waarom. Simpelweg omdat het “altijd zo is gedaan”.

De latere mens, die steeds bewuster werd, probeerde een verklaring te vinden voor dit verschijnsel. Ze kwamen met het idee dat er ooit, lang geleden, een soort “gouden tijd” was waarin mensen “alwetend” waren. In latere, gedegenereerde tijden is men deze kennis vergeten maar blijft men sommige rituele handelingen uit de bijbel, de koran en de torah toch nog bijna mechanisch te herhalen.

Jung brengt nuanceringen aan in deze hypothese, door te stellen dat de psychische functies die voor ons nu bewust lijken, vroeger onbewust waren maar toch net zo werkten alsof ze bewust waren geweest. Kort door de bocht beweert Jung eigenlijk dat onbewuste processen net zo werken als bewuste processen, alleen onze hedendaagse wil en sterker ontwikkeld ego-bewustzijn maakt dat we ordenen en classificeren. We gebruiken dit vermogen om onze driften en instincten te temmen en dat is volgens hem wat ons MENS maakt.

Die driften en instincten hebben 2 kanten, namelijk de fysieke biologische en de geestelijke of spirituele kant. Zo groot als de tegenstelling is, zo sterk zijn ze ook verwant aan elkaar. Beide vormen ze de instinctieve wereld waar het chaotisch, eng en donker is. Ons rationele bewustzijn heeft er zowat een dagtaak aan om te zorgen dat we veilig in het licht van ons bewustzijn blijven. Dit gebeurt voornamelijk doordat ook het collectieve bewustzijn van dit moment rationeel is en veel mensen zich identificeren met het collectieve bewustzijn (de zogenaamde massamens). Men verdringt de inhoud van het collectieve onbewuste ten gunste van het collectieve bewuste. Jung geloofde dat de inhoud in het collectieve onbewuste een energetische lading heeft, die groter wordt naarmate je harder probeert het te verdringen. Uiteindelijk ontploft het en slaat het om naar een fanatisme, wat uitmondt in een omslag naar het tegengestelde en de maatschappelijke rampen die daar uit ontstaan.

Het collectieve bewuste en het collectieve onbewuste zijn dus tegengesteld aan elkaar en veel mensen verliezen hun “ik” door de inhoud van het collectieve bewuste te absorberen. Jung had met betrekking tot dit onderwerp een Aristotelische zienswijze en stelde dat het het beste was als de mens zich niet identificeert met 1 van de twee tegenstellingen maar het midden kan bewaren, dus beide kanten toelaten in je bewuste. Volgens Jung is dit iets dat voornamelijk wordt tegengewerkt door politieke en religieuze leiders, die er vooral op hameren om 1 kant te kiezen. Dit blokkeert de geestelijke ontwikkeling van de mens die hierdoor slechts overtuigingen krijgt en geen inzichten.

Carl Jung begon 100 jaar geleden met het ontwikkelen van zijn theorieën over archetypen en (collectief) onbewuste. Maar de relevantie wordt naar mijn idee alleen maar sterker. De “sociaal maatschappelijke catastrofes” die volgens hem veroorzaakt worden doordat de moderne mens psychische zelfkennis niet relevant acht en het steeds groter wordende bewustzijn dat zich alleen met zaken buiten zichzelf bezighoudt zijn goed zichtbaar. De “arme” psychische toestand van de massamens heeft geleid tot het ontstaan van steeds meer “ismes” zoals extreem religieus fanatisme, conservatisme, materialisme, seksisme.

Maar ook socialisme, humanisme en boeddhisme zijn “ismes” al klinken die in de meeste oren wat minder negatief…

De oplossing die Jung voorstelde, namelijk het onder ogen durven te komen van je eigen schaduw en het toelaten van archetypische beelden uit het collectief onbewuste in het bewuste, is echter niet helemaal zonder gevaren; Tegenwoordig kun je dit in 1 klap afhandelen d.m.v. een ayahuasca ceremonie bijvoorbeeld. Maar als je weet dat Jung zelf – zonder het gebruik van drugs – door experimenten met het onderbewuste op de rand van een psychose heeft verkeerd, dan is iets proberen voor elkaar te krijgen dat waarschijnlijk langer duurt dan een mensenleven in 1 avond een behoorlijk hachelijke onderneming.

De verandering en vorming van het (collectieve) bewustzijn en de menselijke wil tot wat het nu is, heeft duizenden jaren gekost. En gezien de hevige strijd die nu aan de gang is tussen de verschillende leiders van de “ismen” en de vele mensen die nog kiezen voor zo’n extreme kant wijst erop dat we nog maar aan het begin staan van een transformatie die nog wel duizenden jaren kan duren.

Welke rol speelt Tarot dan in dit verhaal? De Tarot kaarten representeren archetypische beelden uit de kennisbank van de mens & zijn ware natuur (het collectief onbewuste). Wanneer je het in het licht van bovenstaande bekijkt, is de Tarot in feite een wapen tegen de massapsyche en de macht van het maatschappelijk bewustzijn. 1 van de vele manieren om je eigen psyche te leren kennen en je “mens zijn” te omarmen. En naar mijn mening ook nog eens de leukste manier!

Tarot als wapen tegen de massapsyche

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.